Ongeveer een vijfde van het terrein. Sinds 2020 in ontwikkeling, op de plek waar dode dennen stonden.
Achterop het terrein stond decennia-lang een dichte kerstbomen-plantage van fijnsparren. In 2019 viel Thijs op dat er opeens veel licht doordrong waar voorheen alleen donker was. Tijdens een wandeling met de kat bleek waarom: tientallen bomen waren dood. De fijnsparren hadden de droogte van 2017 en 2018 niet overleefd — geen hars meer om zich te verdedigen tegen de letterzetter, een schorskever. Binnen een jaar konden we de trein door het bos zien rijden.
"Dood hout doet leven" — was de gedachte. In de tweede week van de coronacrisis, in 2020, kocht Louis het bos. Het idee: van een dode dennenakker een voedselbos maken, voor mens, dier en de biodiversiteit van de omgeving.
Ongeveer 250 bomen lagen er. Grotendeels omgehaald met kettingzaag — door Thijs, soms met vrienden, soms de hele familie. Soms duwde een storm er weer een paar om. Toen er een paar richting het spoor begonnen te vallen kwamen er twee mannen met een machine om bij te sturen.
De marktprijs voor het hout was die week min vijf euro: betalen om het af te voeren. Na lang nadenken besloten we het te laten liggen. De grond hier staat bekend als arm en zuur — gebruik wat er is, ga ermee mee.
Alle kleine takken zijn tweemaal door een woodchipper gegaan. Met die houtsnippers maken we paden en houden onkruid tegen. De grote berg hout in het midden van het terrein vormt sindsdien een natuurlijke afscheiding tussen het wildere bos rechts en het gecultiveerdere deel (voedselbos, huis) links.
Meer dan 200 planten en bomen geplant, ~60 soorten. Bovenop wat zich vanzelf vestigt.
Een voedselbos heeft ongeveer 10 jaar nodig om volwassen te zijn. Het bos is nu (2026) in jaar 6.
Het derde jaar draaide niet meer om aanplant, maar om observatie. "Wat doet het nog. Waar gaat het goed, waar gaat het slecht. Wat heeft het overleefd."
Conclusie na jaar 3: ongeveer 20% heeft het elk jaar moeilijker en moet een handje geholpen worden. Vaak iets kleins — een slotgrachtje rond de boom om water vast te houden, een verkeerde plek corrigeren.
Het meeste werk bleek niet aanplant maar concurrentie bieden: terug snoeien van wat te hard gaat. Berk, braam, varen, lijsterbes, springbalsemien, en wat oude kerstbomen die opnieuw oplopen — die laten anders het voedselbos verstikken.
De fase van bijsturen gaat door. Voortgang per project wordt bijgehouden in het privé project-log. Wat er publiek over te zeggen is — wandelend langs nu, zes jaar na de eerste planting — is dat het bos zich aan het settelen is. Vogels zoeken het op (vliegenvangers, spechten, mezen, boomklevers, kruipers). Reeën komen vanaf het Appense bos rechts erbij grazen. Het meeste werk blijft het terugsnoeien van wat zich vanzelf wil vestigen.
Het voedselbos en de rode-lijst bosrand liggen naast elkaar maar hebben een ander doel. In het voedselbos mogen eetbare niet-inheemse soorten staan (appels) en groeit Vaccinium. De rode-lijst rand is strikter: alleen inheemse rode-lijst-soorten, géén Vaccinium daar.